Een aantal jaren geleden hebben we een bezoek gebracht aan de Krefelder Zoo. Een kleine dierentuin, niet ver over de grens van Venlo. Erg leuk om alle dierentuindieren eens te bekijken en zeker wanneer je in het bezit bent van een nieuwe spiegelreflexcamera. Ik heb me eens heerlijk kunnen uitleven met m'n camera.
Bij de aapjes heb ik me het beste geamuseerd! Hoe beweeglijk ze zijn en zo nieuwsgierig.
We zagen ook een mamma-goudenleeuwaapje, met een baby op haar rug. Erg mooi om te zien.
En omdat deze week het thema voor de Thursday Challenge "Mother" (moeder) is, vind ik deze foto's wel mooi om hier te laten zien.
Het gouden leeuwaapje of gewoon leeuwaapje (Leontopithecus rosalia) is een bedreigd klauwaapje.
Het is de bekendste van de vier soorten leeuwaapjes (Leontopithecus). Hij komt enkel voor in het ernstig versnipperde Atlantische regenwoud in het zuidoosten van Brazilië. Tegenwoordig is de verspreiding beperkt tot enkele bossen in het stroomgebied van de Rio São João. Het zijn echte boombewoners.
Het gouden leeuwaapje wordt beschouwd als een van de mooiste apensoorten. Hij heeft een zijdeachtige, rossige (soms wittige), goudgele vacht en manen, die de oren bedekt. Het gezicht is naakt en donker van kleur. Hij wordt 20 tot 33,5 centimeter lang,de staart is tussen de 31,5 en de 40 centimeter lang.
Het lichaamsgewicht bedraagt 600 tot 800 gram. Het is een van de grotere soorten klauwaapjes.
Gouden leeuwaapjes foerageren voornamelijk overdag, maar ook 's nachts. Ze eten voornamelijk sappige vruchten en scheuten. Ook jagen ze op insecten, spinnen en hagedisjes. Ook eten ze honing, gom en vogeleieren. Met zijn lange, dunne vingers en handen kan hij keverlarven en andere insecten vinden onder de bast of in boomspleten. 's Nachts schuilen ze in een boomholte, een enkele keer tussen dichte beplanting van takken en lianen.
Gouden leeuwaapjes leven in familiegroepjes van vier tot elf dieren, bestaande uit een paartje en hun jongen.
Het groepje heeft een territorium van ongeveer 42 hectare. Enkel het dominante paartje plant zich voort.
De jongen worden na een draagtijd van 132 tot 140 dagen geboren. Het wijfje krijgt meestal twee jongen per worp, waarbij het ene jong zich aan de buik vastklampt, en het andere aan de rug. Beide ouders zorgen voor de jongen, evenals de overige groepsleden. (bron: Wikipedia)
- Sandra -